image002
deco bulles rouges

De darmbarrière

De binnenkant van de darm (het “lumen”) is van de rest van ons lichaam gescheiden door een laag cellen. Deze laag noemen we het darmepitheel. Deze laag is enorm belangrijk. Om beschadigde cellen te verwijderen, wordt het volledige darmepitheel om de 3-5 dagen vernieuwd. De ruimte tussen de cellen van het darmepitheel wordt afgesloten door tight junctions. Deze tight junctions regelen de permeabiliteit van de darmbarrière. Ze verhinderen de doorgang van grote moleculen tot het epitheel. Tegelijkertijd laten ze ionen, water en kleine stoffen door. Maar om efficiënt te zijn, moeten deze eiwitten tot expressie worden gebracht op een optimaal niveau en zich op de juiste plaats in de cellen bevinden. Als de expressie of de plaats van deze eiwitten verandert, is de darmbarrièrefunctie verstoord.

Een tweede belangrijk onderdeel van de barrièrefunctie van de darm is de slijmlaag die het darmepitheel bedekt. Deze slijm- of mucuslaag wordt geproduceerd door specifieke cellen van het darmepitheel, de zogenaamde Gobletcellen of slijmbekercellen. De slijmlaag beschermt de darm tegen mechanische schade, maar ook tegen het binnendringen van micro-organismen. Kortom, als de dikte van de slijmlaag afneemt, wordt de darmbarrière aangetast.

Het derde belangrijke onderdeel van de darmbarrière zijn de antimicrobiële peptiden die door de panethcellen worden geproduceerd. Het darmepitheel produceert en scheidt namelijk veel verschillende antimicrobiële peptiden en eiwitten (AMP) af in het lumen. De AMP ondersteunen de verdediging tegen micro-organismen. Deze AMP verstevigen de slijmlaag door bacteriën dicht bij het epitheel te doden of hun groei te remmen.

amansia schema nl 2021 07 19 01 e1627473031766

Onderliggende oorzaken van ziekten of aandoeningen: verstoring van de darmbarrière

De darmbarrière regelt alles wat er binnen- en buitengaat in de darm. Ter verduidelijking: wij noemen de “permeabiliteit” van de darm de stroomsnelheid waarmee moleculen door het darmepitheel stromen. Wanneer de functie van de darmbarrière verstoord is, zal de doorlaatbaarheid van de darm toenemen. Dit betekent dat meer bestanddelen uit het darmlumen in het menselijk lichaam terechtkomen. Het belangrijkste is dat een evenwichtige en diverse darmmicrobiota nodig is voor de ontwikkeling, het onderhoud en de optimale werking van de darmbarrière. Wanneer de menselijke microbiota wordt uitgedaagd door veranderingen in het voedselpatroon, stress, antibiotica of ziekten, ondergaat de samenstelling ervan grote veranderingen. Dit leidt tot een ontregeling van de samenstelling en de werking van de darmmicrobiota. Deze ontregeling wordt dysbiose genoemd.

Bijgevolg heeft een dysbiose van de darmmicrobiota gevolgen voor de werking van de darmbarrière. Het leidt namelijk tot een verhoogde darmpermeabiliteit. Hierdoor kunnen de darminhoud, zoals bacteriële metabolieten en moleculen, maar ook de bacteriën zelf, door de darmbarrière lekken en in de systemische circulatie terechtkomen. Een verhoogde epitheliale permeabiliteit in de darm wordt ook wel “leaky gut” (lekkende darm) genoemd. Ontstekingsprikkels kunnen de permeabiliteit van het epitheel verhogen door een veranderende samenstelling of dynamiek van de tight junction-eiwitten. Bij een verhoogde darmpermeabiliteit kunnen pro-inflammatoire gifstoffen (bijvoorbeeld lipopolysachariden – LPS) in de bloedbaan terechtkomen. Uiteindelijk leidt dit tot chronische laaggradige ontsteking (een aandoening met een laag ontstekingsniveau, maar die lang aanhoudt) in het hele lichaam (bijvoorbeeld in de lever en het vetweefsel).

Bovendien wordt een verhoogde epitheliale permeabiliteit van de darm (leaky gut) in verband gebracht met een aantal maagdarmstoornissen. Het gaat onder meer om inflammatoire darmziekten (IBD), het prikkelbaredarmsyndroom (IBS), coeliakie en de vroege stadia van de ontwikkeling van darmkanker. Bovendien wordt een veranderde intestinale epitheliale permeabiliteit ook in verband gebracht met talrijke niet-intestinale aandoeningen zoals zwaarlijvigheid, diabetes type 2 en type 1, neurologische aandoeningen en voedselallergie.