Wat is Akkermansia muciniphila?

Akkermansia muciniphila is een microbe die voorkomt in de menselijke darmmicrobiota.

Akkermansia muciniphila MucT werd voor het eerst geïsoleerd uit menselijke feces in 2004, in het laboratorium van Prof. Willem M. de Vos (Wageningen Universiteit – Nederland) door Dr. Muriel Derrien. De geïdentificeerde stam werd vervolgens gedeponeerd in de American Type Culture Collection (ATCC) onder de referentie ATCC® BAA-835™.  

Akkermansia muciniphila color
deco bulles rouges

De kenmerken van Akkermansia muciniphila

Akkermansia muciniphila is een gramnegatieve anaerobe bacterie die behoort tot het fylum Verrucomicrobia. Het is een “commensaalbacterie”, wat betekent dat hij van nature in betrekkelijk grote hoeveelheden voorkomt in het maagdarmkanaal van mens en dier. In feite vertegenwoordigt hij tussen 0,5 en 5% van alle bacteriën in het darmkanaal. Akkermansia muciniphila is niet beperkt tot zoogdieren, maar is overal in het dierenrijk aanwezig. Het is namelijk aangetroffen bij vogels, amfibieën, vissen en reptielen.

Een belangrijk kenmerk van Akkermansia muciniphila is haar vermogen om in slijm te leven en het te gebruiken. De bacterie brengt namelijk een groot aantal specifieke slijmafbrekende enzymen met zich mee. Dankzij deze enzymen is ze niet afhankelijk van voedingsstoffen om zich te voeden. Dit vermogen verschaft Akkermansia muciniphila een concurrentievoordeel ten opzichte van andere bacteriën die wel afhankelijk zijn van vezels en andere voedseldeeltjes als voornaamste voedingsbron. De specifieke eigenschappen van Akkermansia muciniphila verklaren haar bijzondere niche: de bacterie leeft in de mucuslaag die onze darmepitheelcellen bedekt. Dit betekent dat de bacterie zich zeer dicht bij de cellen van ons lichaam bevindt en in staat is met hen te communiceren. (Cani & de Vos, 2017)

Waar wordt Akkermansia muciniphila gevonden?

Akkermansia muciniphila wordt in de menselijke darm aangetroffen vanaf het eerste levensjaar. De hoeveelheid van deze bacterie neemt vervolgens aanzienlijk toe tot het individu de volwassen leeftijd bereikt. Er zijn zelfs Akkermansia muciniphila cellen aangetroffen in moedermelk. Het vermogen van de bacterie om oligosachariden (complexe suikermoleculen) van menselijke melk te gebruiken als enige bron van energie, koolstof en stikstof zou haar aanwezigheid in moedermelk en het borstweefsel van zogende vrouwen kunnen verklaren. Menselijke moedermelk kan namelijk fungeren als drager voor Akkermansia muciniphila en de bacterie van moeder op kind overbrengen. Dit verklaart waarom de microbe reeds op jonge leeftijd in de darmen van zuigelingen kan worden aangetroffen.

Twee feiten doen sterk vermoeden dat er een symbiotische relatie bestaat tussen de bacterie en haar gastheren:

  • De bacterie komt voor bij veel verschillende soorten.
  • Ze bevindt zich fysiek dicht bij de darmwand.

In het afgelopen decennium is een grote en belangrijke hoeveelheid wetenschappelijke literatuur (Collegiaal getoetst in Derrien 2016) ontstaan die de volgende veronderstelling bevestigt:

De aanwezigheid van Akkermansia muciniphila wordt geassocieerd met een betere gezondheid bij de mens

(Derrien 2016, Akkermansia muciniphila and its role in regulating host functions).

Where is found Akkermansia muciniphila?

Talrijke studies hebben inderdaad aangetoond dat Akkermansia muciniphila positief geassocieerd was met:

  • een gezond darmslijmvlies;
  • verminderde stofwisselingsstoornissen;
  • verminderde laaggradige ontstekingen.

Akkermansia muciniphila is zeer talrijk aanwezig bij magere personen zonder diabetes. Daarentegen is gebleken dat het minder voorkomt bij verschillende aandoeningen zoals zwaarlijvigheid, diabetes, darmontsteking, leverziekten of chronisch alcoholgebruik. Dit gaat gepaard met een veranderde barrièrefunctie van de darm , die uiteindelijk leidt tot laaggradige ontstekingen en stofwisselingsstoornissen.

In de context van aandoeningen die verband houden met zwaarlijvigheid blijkt Akkermansia muciniphila bovendien systematisch negatief gecorreleerd te zijn met cardiometabolische risicofactoren. Deze factoren omvatten insulineresistentie, serumlipiden, BMI en adipositas. Er is daarentegen sprake van een positieve correlatie met beschermende markers zoals high-density-lipoproteïne (HDL, of “goede” cholesterol). Bovendien zouden de basisniveaus van de bacterie in de darmen bij mensen met overgewicht of obesitas een potentiële prognostische marker voor het voorspellen van het succes van dieetinterventies kunnen zijn. Na een 6 weken durend caloriearm dieet vertoonden zwaarlijvige personen met een hogere Akkermansia muciniphila baseline inderdaad een verbetering van de parameters die verband houden met de glucosetolerantie en met andere cardiometabolische risicofactoren. (Derrien, 2016)